maandag, januari 18, 2016

Eugène Leroy #3








Eugène Leroy en zijn atelier, 1985.

"....
In 1985 bezocht de Keulse galerist Michael Werner Eugène Leroy om een tentoonstelling in zijn galerie voor te bereiden. Katz kwam mee en fotografeerde de schilder. De schilderijen van Leroy zijn tomeloos in hun kleurenzoektocht: er is geen pracht maar een vangen van licht: in de hoeken, de spleten en de oneffenheden van de verf verbergt het licht zich: de kleuren doen het licht opveren, vertragen of verbergen. Zoals James Ensor de zee schilderde, zo schildert Leroy de aarde, de seizoenen, de vrouw in het gebladerte: bij beiden is er een fantaisistische geest aan het werk. De schilderijen mogen, nee moeten zelfs stof verzameld hebben omdat daardoor de kleuren en de ravage, een dimensie meer krijgen. Leroy heeft zijn schilderijen niet voor een museum gemaakt (ook al zijn er musea die werk van hem hebben – opvallend is dan weer hoe curatoren niet weten hoe en wat ze met dit werk moeten doen). Zijn kunst is geen koopwaar maar een levensles, een wijze van zijn. Kunstenaar en kunstwerk zijn één, niets heeft dit te maken met authenticiteit wel met een ernstige kunst- en levensopvatting.

Benjamin Katz fotografeert de schilder in zijn eigen omgeving: er hoeft niet geposeerd te worden – het levendige licht heeft hier een parallel gevonden in het levendige van de mens. Leroy ziet er niet als een kunstenaar uit – toch kunnen we ons hem verbeelden met een Baskische muts of een flamboyante flambard, een bulderende stem. Kunst is leven.

Een foto waarop galerist en kunstenaar staan. Beiden kijken ze naar enkele kleinere werken die op de grond liggen. De galerist kijkt ernstig, maar de schilder kijkt vergenoegd: hij is aangenaam getroffen door wat hij ziet, wat hij gezien heeft en zich verbeeldt. Niet merkwaardig is dat deze foto’s zwart-wit zijn – daardoor is de ernst nog duidelijker te zien, is nog meer en beter te zien dat Leroy een kleurenschilder is. We worden niet afgeleid maar zien dat kleur structuur is.

Een andere foto toont hoe de schilder aardappelen schilt (bij zo’n foto moeten we echter van patatten spreken). De schilder draagt een veloursbroek, op zijn knieën een handdoek, daarbovenop een plastieken teil, een geruit flanellen hemd, bretellen, een bril met duidelijke montuur. Naast hem een gaskachel, aan zijn voeten pantoffels. Deze kunstenaar houdt niet van praatjes, is geen galeriedweil, geen hondje dat likken gaat bij conservatoren. Wie wil, kan bij hem op bezoek komen maar zelf zal hij niet veranderen: hij zal geen kunstjes tonen en geld heeft op hem geen vat. Restaurantbezoek is iets voor anderen, de heertjes.

Een aantal foto’s van Katz tijdens dat bezoek, zijn wazig, duidelijk getrokken in de vaart, toen hij een moment zag wat de kunstenaar was: een blok Balzac.

Tijdens dat bezoek maakte Katz een foto van het atelier – met bed. Of van de slaapkamer – met voorraad?
...." (bron: sfcdt, foto's: Alex Katz)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen