woensdag, december 15, 2021

Mark Manders #7






























Atelier Mark Manders, Ronse, 2020, door Coussée Goris Huyghe architecten. (bron: Coussée Goris Huyghe architecten, foto's: Hisao Suzuki)










Mark Manders in zijn nieuwe atelier in Ronse, België, 2021.

"....
We staan in de grote ontvangstruimte van zijn nieuwe atelier in Ronse, waar veel licht, spierwitte muren en blank hout tegengewicht bieden aan de zwartgeblakerde façade. Er staat een gestileerde opstelling van werk en meubels. “Ik maak soms meubeltjes omdat ik ze nodig heb voor een werk of omdat ik zo even mijn zinnen kan verzetten,” vertelt Manders, “maar tegenwoordig reikt mijn interesse verder dan dat.” Hij wijst naar een stalen, driepotig krukje met geperforeerde zit. Hij fabriceerde het als functioneel object voor de badkamer van zijn eigen woning. Functionaliteit: een term waar we verder in het atelier nog vaak op zullen botsen. In het tekenatelier op de bovenverdieping verraadt de compositorische schoonheid van de achtergelaten schetsen en het werkgerief orde te midden van alle chaos. Voor het eerst overvalt ons het gevoel dat we niet door het atelier, maar door een kunstwerk van Manders lopen. Haastig opent hij de deur naar een verloren ruimte, die hij op een zeer praktische manier inrichtte tot brainstormruimte. Aan een touwenraster hangen ideeën en work in progress netjes opgehangen. “Ik heb van een dubbele muur iets nuttigs gemaakt. Superfijn, vind ik dat.”

Beneden stappen we binnen in een immense ruimte van een meter of tien hoog. Dankzij de dakkoepel die het hele plafond overspant, valt perfect koel en helder licht binnen. “Ik heb van mijn oude atelier een puzzel gemaakt”, vertelt de kunstenaar. “Ik heb de ruimtes uitgeknipt en hier opnieuw ingedeeld. De meerwaarde hier is het comfort dat ik vroeger niet had: de warmte, het licht en de eenvoud maken dit gebouw erg aangenaam.” Voor het ontwerp en de bouw van het nieuwe atelier klopte de kunstenaar aan bij Coussée & Goris, het Gentse architectenbureau dat ook al werkte voor Zeno X, de galerie van Mark Manders in Antwerpen.
....
We lopen naar de zijkant van het gebouw waar een aaneenschakeling van werkruimtes naar een grote opslagplaats leidt. Manders: “Ik ben hier elke dag. Drie dagen per week werk ik hier samen met andere mensen: iemand voor houtbewerking, een ander werkt met metaal en een laatste doet de schilderwerken. De andere dagen werk ik alleen.
....
Manders ziet zijn oeuvre als een beweging die plots werd stilgelegd, als een gebouw waaraan wordt doorgewerkt en dat plots wordt achtergelaten. En zo voelt het precies aan als we door de lange gang richting opslagplaats stappen. We passeren het houtatelier en verder ook de kleiworkshop, stuk voor stuk praktisch ingerichte ruimtes die schijnbaar achteloos werden achtergelaten en waar de chaorde leest als een schoon stuk poëzie.
....
De opslagruimte blijkt immens te zijn. Overal zien we werk van Manders opgesteld: de schoorstenen, een kunstinstallatie in uitvoering, een kamer waar aan het artist proof exemplaar van een reusachtig androgyn vrouwenhoofd wordt gewerkt, en achter plastieken gordijnen, een workshop waar krantenpapier geplet en verlijmd tot kunst wordt verheven, een belangrijke uiting van Manders’ liefde voor taal die doorheen zijn oeuvre terugkeert.
...." (bron: ABSoluut magazine, foto’s: Jesse Willems, tekst: Leslie Vanhecke)

> Mark Manders

Geen opmerkingen:

Een reactie posten